Psalmen!
Dienst van de Cantorijen
Zusters en broeders,
Ooit had ik in het verre Barcelona zowaar een Calvinistische kerk weten te vinden. In Rooms-katholiek Spanje zijn protestanten niet dik gezaaid, en Calvinisten al helemaal niet. Ergens in een achterafstraatje vond ik de kerk. Er bleek geen dominee aanwezig, we moesten het doen met een preek op een scherm (een preek die overigens ruim driekwartier duurde; als je Calvinist in Spanje bent, dan wil je dat ook wel weten!). Ik verstond van de hele dienst natuurlijk niks, want het was in het Spaans of Catelaans. Maar de liederen kon ik heerlijk meezingen, want de Geneefse melodieën bleken ook in Barcelona bekend. En de Spaanse teksten mompelde ik tussen het neuriën door wat mee.
Net als de andere reformatoren veranderde Calvijn de theologie en ook heel wat in de liturgie. Maar dit niet: het zingen van de psalmen. Sterker: het bleef het hart van de eredienst vormen, want de psalmen zijn de woorden uit de Schrift zelf. Zij het dan dat ze in de protestantse traditie, anders dan in de katholieke voorloper, vaak zijn berijmd. En als het een beetje wilde, ook goed op toon gezet. Dat laatste is niet helemaal overbodig om te zeggen, want onder Calvijn werden de psalmen in het Frans vertaald en op melodie gebracht. Dat gebeurde in Geneve, vandaar dat we nog altijd van de Geneefse psalmen spreken. Toen de theologie van Calvijn ook verder in Europa bekend werd, ontstond de behoefte om ook de psalmen aan de verspreiding aan te passen. Zo werden ook de psalmen vertaald. Petrus Datheen, een ferme calvinist die ook de Prins van Oranje wel adviseerde, maakt een beroemde vertaling. Beroemd en berucht, want Datheen vertaalde de psalmen uit het Frans; niet uit het Hebreeuws. En hij vertaalde op lettergreep, niet op klemtoon. En dat kon met de melodie ongelukkige accenten geven. Psalm 42 zingt dan bijvoorbeeld van ver-sche wa-ter; waar het om schoon water gaat.
Tot 1773 werd het psalmboek van Datheen algemeen gebruikt, maar daarna vervangen door een psalmberijming die beter liep, en die beter op de melodie waren afgestemd. Melodieën die bovendien ritmisch werden gezongen; vlotter, niet op hele noten. Als de gemeente daar tenminste aan wilde. En dat was lang niet overal het geval. Zoals bij de zogeheten Psalmenoproer van 1775-1776. De organist kon spelen wat hij wilde, het volk bleef hele noten balken. En doet dat met de tekst van Datheen in een klein aantal zeer behoudende gemeenten in Nederland nog steeds.
In de meeste kerken zijn ook de psalmen met hun tijd meegegaan. Vast van belang, want we stemmen niet in met de Vaderen uit de 16e eeuw, maar laten ons meevoeren op de adem van God, die steeds opnieuw in iedere tijd weer stem moet krijgen. In ons liedboek is de psalmvertaling van 1967 opgenomen; vertalingen van de hand van dichters als Martinus Nijhoff, Willem Barnard, Ad den Besten en Jan Wit. Veel op die oude Geneefse melodieën, maar in meer hedendaagse taal; al is die inmiddels ook meer dan 50 jaar oud. Voor veel kerkgangers zijn het geliefde psalmen, omdat de melodie bekend en de liederen niet zelden verbonden zijn geraakt met belangrijke momenten uit het eigen leven. Soms lijken de berijmde teksten zelfs raker dan de vertaalde tekst uit de Bijbel. Psalm 139 is een bekende en geliefde psalm: ‘HEER, U kent mij, U doorgrondt mij, U weet het als ik zit of sta’. Maar velen hebben juist de berijmde regels van Schulte Nordholt in het hart gesloten: ‘Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken’; -daar heb je wat aan!
Toch verandert de taal onvermijdelijk en veroudert daarmee ook. De ‘loutere majesteit’ van psalm 111, geeft vast nog altijd aan ‘wie hem vrezen spijs’. Maar het klinkt inmiddels wel wat belegen. Dat mensen zich in ‘honderd bochten wringen voor andere idolen’ wil hetzelfde zeggen als ’t boos geslacht, dat voor afgoden buigt, en zelf zijn smarten en zijn plagen vermeerdert’. Maar psalm 16 klinkt er toch heel wat frisser en aansprekender van.
En hoe dan ook is dat wel degelijk de bedoeling. Want de psalmen geven lucht, woord en stem aan hoe we met God mogen leven. Daar zit altijd een zekere spanning in, tussen de woorden die we mee hebben gekregen en de ervaringen die we zelf hebben. Het is niet zomaar toevallig dat bij de invoering van een nieuw psalmboek een heuse volksopstand kon uitbreken. Ook vandaag kunnen de gemoederen hoog oplopen bij de vraag welke liederen we moeten zingen. We kunnen ons gaan hechten aan oude, eerbiedwaardige woorden. Die we als Heilige Taal misschien met ons meedragen en waar we warme en goede herinneringen hebben. Een taal, die ons uit kan tillen boven het gewone, dagelijkse leven en die dimensie van Heiligheid opent die anders is dan normale werkelijkheid die we op straat tegenkomen. En in liederen hecht zich dat misschien nog sterker vast dan in gesproken taal; -zeker dan in dogmatische waarheden. Want liederen kunnen, misschien méér dan geclaimde waarheden, de ziel geraakt hebben. En als je daaraan vast wilt houden, dan komt dat misschien wel omdat het jou vast heeft gehouden op momenten dat je zelf de grip verloor. De woorden van een psalm kunnen voertuigen zijn die ons dragen. Zeker speelde dat mee bij die psalmenoproer: de vissers van ‘de oude rijm’ lieten zich hun troost niet van bovenaf ontnemen.
Maar dan moet de taal wel kunnen spreken, en verstaan kunnen worden. De taal moet niet zodanig ouderwets zijn gaan klinken dat we het niet meer begrijpen, niet meer herkennen kunnen. De taal verandert, en veroudert. En het geloof moet daar tussendoor glijden. Wel degelijk mag de taal van de kerk anders zijn dan de taal van de straat, want er gebeurt iets anders dan op straat. Maar de taal moet begrijpelijk blijven en dus ook bij de tijd. Dat is niet alleen maar het koesteren van wat we mee hebben gekregen; ook niet het koesteren van waar we zelf van leven. Het is óók opening bieden om in te stappen en aan te sluiten. Om de taal ook op te bouwen en aan te leren. Het wekelijkse psalmversje staat op de meeste scholen niet meer op het rooster (jammer, want het gemiddelde rapportcijfer kon er flink mee worden opgetrokken…). En daarmee bouwen kinderen niet langer zingenderwijs een repertoire van troost op. Daarom hebben we het kinderlied ingevoerd; een eenvoudig lied dat we in een maand meerdere malen zingen om het hopelijk in te slijpen. Dat kan qua muziek of tekst wel eens wat uit de toon vallen, maar is toch een goed idee. En suggesties zijn steeds van harte welkom!
De kloostergemeenschap van Taize heeft zich ooit op deze manier open willen stellen voor belangstellenden. Aanvankelijk leefden de broeders volgens een klassiek-monastieke spiritualiteit. Ze volgden de oude getijden-liturgie, lééfden daar van en leefden eruit. Ze ademden op de hartslag van de klassieke kloosters. Maar het bleek een drempel. Het probleem was niet dat de broeders per se mensen binnen wilde hengelen, alsof het om henzelf ging. Het probleem was dat mensen buiten werden gesloten, zodat de vreugde van het geloof hen niet bereiken kon. Uit barmhartigheid zijn de broeders hun diensten gaan veranderen. En dat was niet eenvoudig, want hun eigen spiritualiteit moest op de schop. Het kon niet zo zijn dat de publieke diensten toegankelijker werden, maar dat de broeders zelf, privé, nog aan hun gekoesterde liturgie vast zouden houden. Want dan zou het voor de bühne worden, een toneelstukje, een lokkertjes en eigenlijk een kunstje. Om anderen de vreugde van het geloof te gunnen moesten ze werk maken van innig medeleven, van goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Ze moesten zich niet in hun eigen traditie hullen, maar zich in de liefde kleden, om anderen toegang te bieden tot hun liturgie. En ze vereenvoudigden de liturgie.
De vrede van Christus blééf heersen in hun hart. Christus’ woorden bleven in al hun rijkdom in hen wonen; ze bleven elkaar onderrichten en vermanen in alle wijsheid. En ze bleven voor God zingen met heel hun hart. Met de Geest van liefde maakten ze een heel nieuw repertoire van psalmen, hymnen en liederen, die de ruggengraat is gaan vormen van de spiritualiteit van Taize.
Niet voor niets zitten tussen de liederen van Taize ook veel psalmteksten. Woorden die door de eeuwen heen, steeds opnieuw mensen hebben weten te raken en te inspireren. En die zeggingskracht blijven houden, juist omdat we al te goed door hebben dat de woorden ons dragen, in plaats van andersom.
Of misschien hebben we dat niet eens zo dóór, maar werkt het zo. Over Bijbelinterpretaties kunnen we soebatten, over dogmatische kwesties kunnen mensen elkaar de tent uitvechten. En steeds gaat het dan over wie er gelijk heeft. Maar wie een psalm láát zingen, maakt zich hier niet druk over. Want dan gaat het niet om ons, maar om Gods gelijk. De Heer die in psalm 23 als herder wordt bezongen, kan stok en staf zijn in het donkere dal, maar kan ook de vrede van de groene weiden verwoorden. En dat spreekt elkaar nooit tegen, laat staan dat alleen één van die lezingen de juiste zou zijn. Steeds mag het stem geven aan de ontfermende liefde waarin wij ons geborgen weten. En dat mogen wij méé stem geven, door in te stemmen met de psalmen.
Amen
Deel deze preek
Psalm 150
Halleluja!
Loof God in zijn heilige woning,
loof Hem in zijn machtig gewelf,
loof Hem om zijn krachtige daden,
loof Hem om zijn oneindige grootheid.
Loof Hem met hoorngeschal,
loof Hem met harp en lier,
loof Hem met dans en tamboerijn,
loof Hem met snaren en fluit.
Loof Hem met klinkende bekkens,
loof Hem met slaande cimbalen.
Alles wat adem heeft, loof de HEER.
Halleluja!