Alle preken

Zalig zijn de zachtmoedigen

‘Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas.’

Gemeente van de Heer, broeders en zusters

Ooit was er een groot en machtig rijk, dat weinig op had met weekhartigheid. Een rijk dat gebouwd was op orde en gezag, op geweld en bezetting. Een rijk dat strak en stevig de touwtjes in handen hield, dat grandeur uitstraalde en dat het grootste op aarde was. Een macht met sterke legioenen en blinkende wapens. Een macht die vechtspelen organiseerde, waar mensen op leven en dood met elkaar, en met wilde, uitgehongerde dieren, vochten. Een macht waar de winnaar zegevierde en het recht van de sterkste gold. Een macht waar niet mee te spotten viel. Het Romeinse Rijk

En een macht, dus, die je beter niet uit kon dagen, zelfs niet op de meest geweldloze manier. En toen kwam er een man, die vertelde dat niet de machtigen, maar de nederigen gelukkig zijn. Die vertelde dat niet de oorlogshitsers, maar de vredestichters gelukkig zijn. Die vertelde dat niet de hardliners, maar de zachtmoedigen gelukkig zijn. Een belachelijke boodschap, in zo’n tijd van geweld en macht. Hoe onnozel en naïef die boodschap was, zou ook wel blijken. Gek genoeg kreeg deze man wel aanhang. Kennelijk waren de mensen dom of wanhopig genoeg om zich aan de vreemdste boodschap vast te klampen. Maar daarmee dreigde het zowaar een eigen leven te gaan leiden. De man kreeg volgelingen en trok gehoor. En hij verwierf zich een reputatie; zelfs wonderen werden aan hem toegeschreven. Lang bleef deze man wellicht onder de radar van het bevoegd gezag, werd hij niet opgemerkt of als irrelevante oprisping beschouwd. Eén zo’n mafkees, waarom zou een machthebber zich er druk om maken? En zelfs als de mensen naar hem gingen luisteren, was het wellicht onschuldig genoeg. Misschien zelfs handig. Want zolang hij de weekhartigheid de hemel in prees, zouden zijn volgelingen wel niet in opstand komen. En hield het gepeupel zich misschien wel rustig.

Maar in plaats van rustig in zijn afgelegen provincie te blijven, trok deze heilsprofeet bij belangrijke feesten naar de hoofdstad. En zijn populariteit was hem vooruit gesneld. En misschien wel omdat de machthebbers geen tegenspraak dulden, en geen oppositie toestonden, ging het volk hem ineens als een soort koning zien. Een redder, een heiland. En daarmee werd hij zomaar een politieke realiteit. Die de machthebbers van zijn tijd in zekere zin uitdaagde. Wat kon hij uitrichten, tegen de bezettingsmacht die zich in het hart van de stad had genesteld, en die in een fort direct naast de tempel zijn hoofdkwartier had? De stadhouder van de bezettingsmacht die de orde moest bewaken was niet onder de indruk van deze luchtfietserij en nam het niet serieus. Maar opgejut door priesters die zich in hun religieuze macht zagen uitgedaagd, vond hij het ook geen probleem om deze hoogdravende zwetser het zwijgen op te leggen. Een executie meer of minder telt in een land van geweld en macht niet.

Het is niet alleen willekeur en bloeddorst, dat deze macht motiveert. Ongetwijfeld maken de machthebbers hun afwegingen, en is het dan niet beter dat één man te gronde gaat, in plaats van een heel volk? Zeker ook de macht heeft haar redenen, en hult zich in eigen wijsheid. De wijsheid van de macht redeneert altijd naar zichzelf toe, en miskent de belangen van de ander om er zelf beter van te worden. En dan is het opofferen van gerechtigheid, het opofferen van een machteloze, dan is het stellen van een voorbeeld, gelegitimeerd.

Roemloos werd die weekhartige man van destijds, werd Jezus van Nazareth, aan het kruis gespijkerd. Een vernederende straf, voor de ergste misdadigers. Niet omdat hij nu zoveel verkeerd had gedaan, zelfs niet omdat hij zo’n bedreiging kon zijn, maar óm de vernedering: met macht valt niet te spotten.

Spot en hoon zijn een geliefde wapen van geweldenaars. Waar weekhartigen de meelevendheid, -de compassie- prediken, daar drijft de macht de spot met de zwakken. Gebruikt badinerende, beledigende taal. Spreekt laatdunkend over kanslozen, lacht slachtoffers uit. Want wie de grootste wil zijn, moet er vooral voor zorgen zoveel mogelijk mensen kleiner te laten lijken. En zo wordt ook Christus aan het kruis beschimpt, en op zijn beurt uitgedaagd. Hoe nietig en onbeduidend hij ook was, die geruchten over wonderen waren toch wat verontrustend. Want een wonder is onvoorspelbaar en oncontroleerbaar. En zou die Jezus misschien dan toch…? Maar als hij zo deerniswekkend, zo hulpeloos en kwetsbaar, aan dat kruis hangt, dan durven ze wel: als jij de zoon van God bent, kom dan! Kom dan van dat kruis af. Anderen heeft hijgeholpen, maar zichzelf kan hij niet redden. Wat een looser. Gerustgesteld druipt de macht af. Met deze kletspraatjesmaker is eens en voorgoed afgerekend. Het voorbeeld is gesteld; de macht heeft gezegevierd over de compassie.

Dachten de machthebbers. Dachten de omstanders waarschijnlijk ook. Zouden wij denken in een tijd waarin om het hardst om krachtdadigheid wordt geroepen en iedereen de grootste en de sterkste lijkt te willen zijn.

Hoe machtig bleek deze man aan het kruis onvermoed te zijn. Juist in zijn kwetsbaarheid, juist in zijn overgave. ‘Wat in de ogen van de wereld zwak is,’ schrijft Paulus enkele decennia later, ‘wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.’ Deze kracht van de zwakheid, hééft de macht van het geweld kunnen ondermijnen en doen breken. Dat grote, onaantastbare, machtige Romeinse Rijk is ten onder gegaan. De boodschap van de man aan het kruis bleek voorbij zijn dood, levend en vitaal te zijn. De macht van het kruis is geen overmacht, maar een anti-macht. Die zich niet laat gezeggen, niet laat intimideren, niet laat beknotten, door de macht van het geweld. En die daarmee de normale orde van de wereld op zijn kop zet. Die de wijsheid van de wereld, in dwaasheid veranderd en die bespotting tot eerbetoon maakt.

Die kracht en die macht van het zwakke zal niet uitdoven, ook al wordt zij aan het kruis geslagen. Want liefde en gerechtigheid gaan boven de berekeningen van de macht uit, en zullen haar weerstaan. Ziende op het kruis mogen wij dat geloven; daarvan mogen wij leven, en daaruit mogen leven. Door zelf ernst te maken met gerechtigheid en liefde. Dat bleek de kracht te zijn van het geloof. De machthebbers dachten eens en voor altijd te hebben afgerekend met de compassie, maar vervuld van de Heilige Geest gingen de volgelingen van Jezus zelf ernst maken met het doen van liefde en gerechtigheid. En waar overmacht altijd weerstand oproept, daar bindt deze anti-macht zich aaneen. De onbaatzuchtige liefde van de vroegste Christenen, en het vertrouwen op God die de angst voor geweld deed verdwijnen, deed hen de naastenliefde praktiseren. En juist in hun tijd van zelfzucht en eigen belang eerst, maakte dat indruk en vond het navolging. Gelukkig zijn zo de weekhartigen, want dáár is het koninkrijk van God.

Amen

1 februari 2026
Wouter Slob
Evangelisch Lutherse Kerk Nijmegen
1 Korinthe 1: 18-31 Mattheüs 5: 1-12