Alle preken

Ontspullen (1ste zondag van de zomer)

Gemeente van onze Heer Jezus Christus, lieve mensen,

In april ben ik naar een symposium geweest over hoe we - vanuit de theologie – kunnen leren nadenken over ecologie, milieu en duurzaamheid, om zo beter met elkaar van gedachten te wisselen, elkaar uit te kunnen dagen nieuwe wegen te zoeken naar een wereld meer in balans, naar het Koninkrijk van God.

Nu zijn wij de eersten niet, die hierover nadenken. Tweeëntwintig jaar geleden al, schreef de Zuid-Afrikaanse theoloog en missioloog David Bosch, dat de kerk leeft bij de gratie van crises.

Nou, die zijn er momenteel volop in wereld, kerk en theologie.

Neem de kerk: als het kerkelijk leven vastligt, ons denken en geloven en ons gelovig handelen vastroest, als er geen beweging meer zit in ons denken en doen, en kerk en theologie geen antwoorden geven op dringende maatschappelijke vragen, dan zien mensen het nut van de kerk niet meer en haken af.

Dat fenomeen van leegloop kennen we allemaal. Het heeft geleid en leidt nog steeds tot bestaanscrises in onze kerkelijke gemeenschappen.

Nu kunnen crises je ontmoedigen en je zelfs tot sluiting van je kerk doen overgaan.

Maar misschien is het beter je juist te laten inspireren tot een zoektocht naar nieuwe wegen.

Het is immers niet voor het eerst, dat kerk en wereld door grote veranderingen gaan. Zo gaat het al 2000 jaar en die malle kerk leeft nog steeds. Maar die veranderingen maken ons wel onzeker, onrustig, ongerust zelfs; onze vaste patronen en gewoonten komen onder druk te staan. Vandaag zijn zulke veranderingen onder meer:

  • de politieke onrust in de wereld: oorlogen, zelfs betrekkelijk dichtbij en de grote vluchtelingenstromen,
  • de opwarming van de aarde en de sterk afnemende biodiversiteit door vervuilende industrie

en de intensieve landbouw, en ons ongebreidelde gebruik van hun producten,

  • de groeiende armoedeproblematiek, en nog veel meer.

In een crisis gaat de wereld die we kennen ten onder, zoveel is wel zeker, en dat maakt ons onzeker. Tegelijkertijd komt er iets nieuws boven. Er wordt een níeuwe wereld geboren met nieuwe kansen en nieuwe mogelijkheden. En dát mag ons nieuwsgierig maken.

Voor ons ligt dus een grote, maar mooie uitdaging: wij mogen “gaan waar geen wegen gaan”,

zoals Huub Oosterhuis het zei in Lied 420, met onze kleine voetjes door een grote wereld en een lange tijd, daarheen waar de Geest ons leidt.

Op het genoemde symposium heb ik me laten inspireren en de uitdaging aanvaard, me te wagen op die nog ongebaande weg van de eco-theologie,  en me te oefenen anders naar Bijbelteksten te kijken en na te denken over de wisselwerking tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving, over milieu en duurzaamheid,  om al studerend te zien, of en hoe die teksten ons in dit opzicht verder kunnen helpen.

De Woorden Van Geloof, die we straks zullen uitspreken, heb ik gebaseerd op Genesis 1 én op het denken - uit de jaren 70 al (!) - van Dorothé Sölle. Nu wil ik me richten op Mt 9:35-10:14, de uitzending van ‘De Twaalf’.

Matteüs noemt ze bij name. Ik heb die namenlijst met opzet bij het lezen overgeslagen, want als je ze invult lijkt het over anderen te gaan en niet over mij. ‘De Twaalf’ vertegenwoordigen namelijk de kerk, ook ons, zoals we hier vanmorgen bij een zijn.

‘De Twaalf’ en dus ook wij zijn door Jezus uitgezonden de wereld in, door ons stukje van de wereldtijd, om in het hier en nu het Koninkrijk van de Hemel als nabij, reeds aanwezig uit te roepen en heel praktisch in ons spreken en handelen present te stellen.

De uitzending de wereld en tijd in gaat dus over onze levensreis.

Naast de opdracht niet af te wijken van de weg in Israël – niet naar Samaria, niet naar de heidenen – klinken er twee heel praktische opdrachten:

  1. Genees zieken, wek doden op, maak mensen met een huidziekte rein en drijf demonen uit. Ja, ja, ga er maar aanstaan. Maar het betekent niet anders dan dit: stel het Koninkrijk present onder de mensen van nu, door hen te bevrijden van alles dat hen uitsluit van deelname aan het gewone maatschappelijke verkeer.

Doe dat ‘gratis’, want je bent ook zelf bevrijd zonder dat je er ook maar iets voor hoefde te geven of te doen. Dit soort ‘bevrijdend werk’,- zo je het al ‘werk’ mag noemen – moet geen ‘verdienmodel’ worden.  Het moet voor ons, die Jezus volgen, onze normale, natuurlijke reactie zijn – of wórden – op het gebrek en de uitsluiting van de ander.

Het gaat dus gewoon om een goede levenshouding.

Aansluitend op die 1ste praktische opdracht geeft Jezus een 2de opdracht:

om -met een moderne kreet - te “ontspullen”:

‘Neem op je levensreis geen goud of zilver mee als appeltje voor de dorst,  geen geld voor je levensonderhoud, geen rolkoffer of rugzak, geen extra kleren, sokken, of schoenen, zelfs geen wandelstok!   En laat het je ook niet toestoppen. Ga, zoals je bent, leef wíe je bent.  De rest is ballast. Onderweg zul je heus genoeg krijgen om van te leven.

Huh! Zó eenvoudig te leven! Vertrouwen dat je met weinig toekunt. Zou dat ons, moderne jagers op en verzamelaars van spullen, ooit lukken?

Jezus vraagt, dat we onszelf terugbrengen tot de kern van wie we zijn, kinderen van God de Vader – zou Hij dan níet voor ons zorgen?

In de Bergrede sprak hij daar al over: Kijk eens naar de lelies, kijk hoe ze groeien in het veld… 

Vraag je niet bezorgd af, ‘wat zullen we eten en wat zullen we drinken of waarmee ons kleden´, dat zijn dingen die de heidenen najagen. - En wij intussen ook. –

Jullie hemelse Vader weet wat jullie nodig hebben. Zoek dus liever eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen jullie erbíj gegeven worden.’

Jezus vraagt ons dus terug te keren tot de kern van ons bestaan: lucht om adem te halen, land, om op te lopen, water om te drinken, brood om te eten en een beetje aanvaarding van en door anderen.

Dat laatste, ‘die aanvaarding door de ander’, dat moet je altijd maar afwachten, niet waar…

Maar luister, zegt Jezus, ga er zo mee om: als iemand je ontvangt, d.w.z. jou aanvaardt in hoe je denkt en doet en praat, ontmoet die mens dan met vrede in je hart en je gedachten.

Maar ontvangt men je niet, - om het zo maar te zeggen: ‘motten ze je niet’, schudt dan hun stof van je voeten, of wel… neem gewoon afstand van zulke mensen, hun denken en hun doen en ga verder met je leven. Er zijn nog genoeg anderen, die je wel aanvaarden en in hun bestaan toelaten.

Maar nu terug naar die opdracht om te “ontspullen”…

Mij vielen de woorden van dat veel gezongen oogstlied van Ad den Besten, te binnen, Lied 718, m.n. couplet 2; U kent het allemaal:

“Niet voor schuren, die niet duren, gaf Gij vruchtbaarheid,
maar opdat op aarde, in uw goede gaarde, niemand honger lijdt.”

Ik denk, dat we dat allemaal beamen en van harte meezingen. Maar wringt het ook in ons hart en hoofd als we couplet 3 inzetten, of huppelen we op de vrolijke wijs over het verwijt daarin heen:

“Maar wij rijken, ach wij blijken hard en onverstoord…” Vandaag gaat het me om die verstoring. Laten wíj ons verstoren?

Ik herinner me een discussie, rond het leren van Lied 719, een modern oogstlied, - het was tien jaar geleden, het nieuwe Liedboek was net uit.

“Kun je dit lied zomaar zingen”, vroeg iemand zich af, “met alle problemen, die zich vandaag de dag aandienen op het gebied van milieu en duurzaamheid?”

Die vraag verontrustte ons.  Luister maar eens naar de tekst…

  1. Loof God voor de vruchten van boomgaard en land, loof God voor de boer, op vooruitgang gebrand, de oogst met hulp van machines volbracht, geduldig gedaan met verenigde kracht.
  1. Loof God voor de vruchten van over de zee, van ver nemen schepen de oogst met zich mee:
    verzonden door buren, hun naam onbekend, gegeven door God die ons allemaal kent.

Natuurlijk, we zijn dankbaar voor de vrucht van boomgaard en land en voor het werk van de boeren, voor de landbouwmachines, die hun werk vergemakkelijken, zelfs voor de boontjes uit Marokko en Egypte in de winter

en de vroege aardbeien uit Spanje in de lente, etc., maar toch…

  1. Loof God voor de
    vruchten uit aarde en
    mijn, ze worden
    bewerkt tot ze
    handelbaar zijn:

voor olie, voor ijzer,
voor olie, voor ijzer,
voor steenkool en goud,
loof God die ze geeft
omdat Hij van ons houdt..

Een loflied op de opbrengsten uit de mijnen op steenkool, olie, ijzer, kobalt, tin, goud… en noem maar op? Alles t.b.v. onze energievoorziening, batterijen, sierraden, computers en telefoontjes:   Dankbaar? Ja zeker wel, maar het roept ook vragen op:

  • de viezigheid dan, die bij de winning ervan komt kijken,
  • de onveilige arbeidsomstandigheden, - de kinderarbeid…

Ja natuurlijk, we mogen God loven en danken voor al de nieuwe ontwikkelingen van landbouw en techniek, voor industrie en digitalisering, maar er rijzen meteen ook grote vragen over ons gebruik van al de producten daarvan. Gaan wij er wel verantwoord mee om?

Laden we onze reistassen niet domweg vol? Of denken we echt eerst na of we het allemaal wel nodig hebben.

Ik ga u vanmorgen echt niet vertellen wat u wel en niet mag kopen of wat u houden mag en wat u  wanneer zou moeten opruimen of weggeven. Ik ga daar niet over.

Ik wil u alleen uitdagen na te denken over wat u op uw levensreis allemaal denkt nodig te hebben, meeneemt en verzamelt: schoenen, kleren, eten, drank en hebbedingetjes – hoe gemaakt en waarvandaan?

Natuurlijk rijst er nu nóg een belangrijke vraag in dit alles: kunnen wij, als christenen, überhaupt enig verschil maken in dat gigantische en complexe probleem, dat sinds de industriële revolutie is ontstaan en nu als een bijna onneembaar hoge berg hoog voor ons oprijst?  

Ik denk van wel. Door ons gedrag onder de loep te nemen, leren we onszelf en ook anderen, dat we best eenvoudiger kunnen leven  en met mínder toekunnen.

Weet je, de pijn van afscheid nemen van spullen, zit niet in die spúllen zelf, maar in ons hoofd en hart.  Ik ben verhuisd van een pastorie naar een veel kleiner huis en moest bijna de helft van mijn spullen wegdoen; vooral van de boeken had ik hartzeer.

De vraag is, hoe verknocht zijn wij?

Slechts een enkel ding verbindt ons met mensen, zoals uw trouwring u verbindt met uw levenspartner, of mijn ring, die ik van mijn moeder erfde en mij verbindt met mijn oma en over-grootmoeder. Die dingen horen bij het wezen van ons bestaan, relatie, onze relatie met God, met elkaar én onze leefomgeving.

Het wezen van het leven is de liefde voor wat en wieer toedoen. Als we dát doorhebben, en écht tot ons laten doordringen, dan kan er in ons een proces beginnen van vrijmaking van onheuse bindingen met bezit. Zo kan er een nieuwe wereld ontstaan, een menselijke, duurzame wereld met volop toekomst, een stukje Koninkrijk van God, als een lichtend voorbeeld in onze wereld, in onze tijd, door ons present gesteld.

Laten we er maar gewoon aan beginnen en erop vertrouwen, dat God zelf zal afmaken wat hij in en met ons begonnen is.

Amen.

18 juni 2023
ds. van den Berg
Ontmoetingskerk

Genesis 1: 26 - 31

MattheĆ¼s 9: 35 - 10: 1, 5b - 14