Alle preken

Met een druk op de knop: AI en preken

‘Wat telt is dat Christus verkondigd wordt’

Zusters en broeders,

Niet iedere collega bleek ervan gediend: van een automatische samenvatting van de preek in de app. Compleet met verdiepings- en discussievragen, direct beschikbaar na het uitgesproken ‘amen’. Een ongelofelijke techniek! Maar het stond er natuurlijk wel net wat anders dan jij had gezegd. En dan kon het specifieke woordgebruik verloren gaan. Om nog maar te zwijgen over het copy-right, dat met AI (kunstmatige intelligentie) lijkt te verdampen… Inmiddels is de functie in onze kerkapp uitgezet, vooralsnog in ieder geval.

In onze tijd worden we geconfronteerd met een nieuwe techniek, waarvan de ontwikkeling razendsnel gaat. Slimme programma’s spuwen met één druk op de knop hele rapporten, werkstukken, interviews en desgewenst ook preken uit. Bij de duurdere, betaalde versies (zo heb ik uit goede bron begrepen) leert het programma bovendien en past zich aan aan jouw woordgebruik. Dan is al heel snel nauwelijks meer uit te maken wie de tekst geschreven heeft; misschien vandaag wel een robot. Dat betekent nogal wat in bijvoorbeeld het onderwijs. Ooit waren werkstukken een belangrijk middel om studenten te toetsen. Dat is niet langer betrouwbaar: uit de computer rollen geweldige papers, waar weinig op aan te merken is. Docenten kunnen het hooguit als AI herkennen omdat de taal foutloos is; echte studenten kunnen dat niet meer…

Qua inhoud is AI niet zomaar in alles betrouwbaar. Het vergaart informatie uit de breedte van het internet, en als daar fouten in staan, dan worden ook die opgepikt, doorgegeven en zelfs uitvergroot. Maar misschien zijn dat kinderziektes.

Ik heb onlangs eens gepolst bij collega’s of ze AI gebruiken. We lijken erg terughoudend te zijn en leggen er eer in om onze eigen preken te schrijven. Maar er zijn óók mensen die aandringen om AI te gebruiken. Al was het maar om een preek tevoren even door een AI programma begrijpelijker te maken. Mogelijk dat er iets van de eigenheid verdwijnt, maar wellicht dat er ook iets van de eigenwijsheid van predikanten wordt uitgevlakt…

We hebben het een tijdje terug uitgetest hier in de kerk: met een ‘echte’ preek en een AI-versie: voor beiden bleek wat te zeggen. Ikzelf was ook verrast door de kwaliteit van de AI-preek, al bleek dat wel afhankelijk van de vraag die ik invoerde. Toen ik om een preek over het Bijbelgedeelte vroeg was ik niet onder de indruk. Maar toen ik om een verhaal vroeg, wel. Een mooie insteek, die ik zelf zo nooit op die manier opbouw. Wat zou er dan op tegen zijn? Maakt de dominee zich er dan te gemakkelijk van af? Maar als het toch toegankelijk is, en stichtelijk, wat kan het bezwaar zijn? In een recente encycliek buigt de paus zich over deze kwestie, en ook protestantse kerken doen er goed aan om hier over na te denken. Want de techniek gaat razendsnel, haalt ons aan alle kanten in, en hééft consequenties of we dat willen of niet. Net zoals, overigens, de boekdrukkunst in de 16e eeuw; de nieuwe communicatietechniek van destijds die het succes van de reformatie beslissend bepaalde.

Dient AI de verspreiding van het Woord? Daar gaat het toch om? ‘Wat telt’,  schrijft Paulus, ‘is dat Christus verkondigd wordt.’ Paulus heeft het natuurlijk niet over AI, en de context van zijn uitspraak is een geheel andere. Tijdens zijn gevangenschap maken sommigen van de gelegenheid gebruik om Paulus naar de kroon te steken en komen met een concurrerende en rivaliserende boodschap. Maar Paulus vertrouwt op de kracht van het Woord van God. Wat van belang is, is dat de boodschap niet ten dienste staat van de prediker, maar bedoeld is om in overeenstemming met het evangelie van Christus te kunnen leven. Dat geeft een handvat waarmee we ook over AI kunnen nadenken.

Want dan gaat het niet om een goede of mooie preek op zichzelf. Gaat het er zeker niet om hoe prachtig de dominee het weer heeft gezegd, en of hij/zij in de concurrentiestrijd met collega’s boven komt drijven. Het gaat erom dat we ons aangesproken mogen weten door het evangelie en daar ons leven naar kunnen richten.

Dat staat in zekere zin op gespannen voet met AI. De techniek maakt het ‘allemaal veel makkelijker’ is het verhaal. Alles gaat veel sneller. Maar dan? Ik hoorde vorige week iemand van een wetenschappelijke uitgeverij die vertelde dat dankzij AI de toestroom van wetenschappelijke artikelen exponentieel was gegroeid. En veel te veel was om door menselijke redactors bekeken en beoordeeld te worden. Dus wordt daar AI voor ingezet. Maar dan krijg je toch een cirkel? Teksten die door AI worden geproduceerd en door AI worden beoordeeld om vervolgens door AI te worden gebruikt om nieuwe teksten te produceren. Het gaat allemaal sneller, betoogde de spreekster. Maar waartoe? Wat hebben we eraan als we geen overzicht meer hebben of kunnen hebben? Gaat AI dan niet met ons aan de haal of op de loop?

Het gevaar is niet dat AI slechte resultaten geeft. Hoewel AI óók fouten uitvergroot, is het in veel opzichten inderdaad superieur aan mensen. Eerder is het probleem dat we zóveel informatie krijgen dat we niet meer weten wat we ermee aan moeten. En dat meer en meer en meer informatie dat probleem alleen maar vergroot. Ooit was het delen van informatie de troef van de Reformatie. Waar het kerklatijn voor de gewone man onbegrijpelijk was geworden, was de kerkelijke waarheid aan de geestelijkheid voorbehouden. Het verspreiden van kennis legde die onevenwichtigheid bloot en bood de mogelijkheid om de kerkelijke waarheid te controleren. Daarom was de boekdrukkunst zo doorslaggevend: je kreeg instrumenten in handen om de waarheid te toetsen.

Maar dat lijkt met de versnelling van AI verloren te gaan. Toetsen is er niet meer bij, omdat we het overzicht niet meer kunnen hebben.

Maar gaat het bij het geloof om toetsen? Gaat het erom of we een ‘juist’ zicht om het heilig of goddelijke hebben? En gaat het bij religieuze taal dus om kennis? In dat geval zou AI de preek en misschien de kerkdienst overbodig maken. Want in het verwerken van informatie is AI ongetwijfeld superieur aan welke predikant dan ook. Of gaat het bij geloof niet zozeer om weten, maar om gekend worden. En gaat het bij de religieuze taal niet in de eerste plaats om juiste beschrijvingen maar om waarachtige uitdrukkingen. Uitdrukkingen waarmee we onszelf kunnen begrijpen en plaatsen, in onze eigen plaats en tijd. Uitdrukkingen die waarschijnlijk nóóit bedoeld waren om God te vangen in een sluitende beschrijving. ‘Ik wil van God als van mijn Herder spreken,’ zongen wij met psalm 23. Door de eeuwen heen is het een vertrouwde en geliefde tekst, die steun en troost gaf en die in de christelijke context altijd met Jezus werd geassocieerd; want Híj is toch de Goede Herder? Maar juist dat is géén juiste beschrijving; want Jezus was de zoon van een timmerman, ging met vissers om, was een rondreizende rabbi; -maar nooit schaapherder. Toch wordt de troost en de kracht van psalm 23 daardoor niet uitgewist. Omdat het beeld vertrouwen uitdrukt. Toen, en nu nog altijd.

Nieuwe technieken als AI zullen ongetwijfeld veel gevolgen hebben, en de gevolgen zijn nog maar nauwelijks te overzien. Maar ze zullen het geloof, de kerk en de diensten niet overbodig maken; misschien wel des te meer nodig hebben. Want met alle superioriteit aan informatie wordt de vraag des te urgenter wat het allemaal betekent en waartoe kennis dient. Dat zijn vragen die AI niet voor ons kan oplossen; dat zijn vragen waar we zelf antwoorden op moeten geven. Of misschien beter: waar we elkaar antwoord op mogen gunnen.

Want we verzinnen het niet zelf. Als techniek lijkt AI een instrument in handen van mensen. De uitkomst van een opdracht hangt sterk af van de exacte vraagstelling. Met de juiste input kun je AI van alles laten zeggen. En dat kunnen de achterliggende logaritmes helemaal. Als we helemaal van AI afhankelijk worden, dan zijn we volkomen overgeleverd aan Big Techbedrijven die de informatie selecteren en presenteren zonder dat we daar ook maar een beetje de vinger achter kunnen krijgen. En die ons willen paaien, om onze aandacht vast te houden, en hun inkomsten te garanderen.

Precies dáár kan het geloof weerstand aan bieden. Juist als het geloof niet om de definitieve beschrijving van God gaat, kunnen wij niet tot definitieve beheersing van God komen. Religieuze taal drukt uit dat God boven ons uit gaat. Wij doorgronden Hem niet; Hij kent ons. En daarmee beheersen wij niet wat God al of niet doet. En kunnen we verrast blijven door wat er aan ons gebeurt.

En kunnen we op de vingers worden getikt. Zoals Jona, die teleur was gesteld dat God niet deed wat Jona zelf had gehoopt. Die de aartsvijanden van Israël bleek te willen sparen. En die daarmee aan Jona de opdracht van liefde meegaf. Liefde dat de ander er toe doet; ook de vijandige, gevreesde en verachte ander. Dat is een boodschap die in de bubbels van onze Big Tech technologie ook voor onze tijd de hoogste urgentie heeft. AI paait; God spreekt aan. En helpt ons in liefde daarmee verder. Omdat wij voor God belangrijk zijn. En dat geldt voor AI nooit. Onze kliks, data en gegevens zijn van belang, maar wie wijzelf zijn, is volkomen onverschillig voor AI. Bij God doen wij er toe, en vinden we zo onszelf.

Amen

20 september 2026
Wouter Slob
Ontmoetingskerk
Jona 3: 10 - 4: 3 Filippenzen 1: 18-27