Alle preken

Polarisatie

Wie bent u dat u een oordeel velt over uw broeder of zuster? 

Zusters en broeders,

In één keer was ze de vijand. Een meisje van 11 in haar klas ergens in de achterhoek. Ik hoorde haar op de radio, nu 25 jaar later. Met haar migratieachtergrond kon zij Osama Bin Laden in zijn eigen taal verstaan, en was dus ook een terrorist. Zoals de klasgenootjes haar toebeten.

Heftig waren die aanslagen en ze staan ons allemaal op het netvlies gebrand. Spanningen die voordien ook al bestonden, zijn er nadien alleen maar scherper op geworden. 9/11 is één van de momenten dat het denken in vijandschap ontbrandde. Radicale moslims hadden hun vijand gekozen: de centra van handel en geweld die hard geraakt moesten worden. En ieder die op hen leek werd vervolgens met argus-ogen bekeken. Een meisje van 11 jaar ergens in de Achterhoek incluis. De radicale moslims hebben méér bereikt dan alleen de slachtoffers die ze maakten, want het was hen juist om dat soort vijandschap te doen. En dáárin zijn ze nog beter geslaagd dan in de aanvallen zelf.

Het is een beproefde strategie: mensen tegen elkaar opzetten. Het denken in ‘wij de goeien’ en ‘zij de slechten’. Het is van alle tijden, want alle oorlogen werden in dat soort termen gevoerd. Rond 9/11 was het de stemming: ‘wie niet met ons is, is tegen ons,’ dreigde president Bush destijds. En dus moest je wel meedoen aan de oorlog tegen terrorisme, of anders zelf het risico lopen in dat kamp geplaatst te worden. Ruimte voor nuance was er niet.

9/11 was een keerpunt, en een moment in een grotere ontwikkeling. Een ontwikkeling waarin veel méér meespeelt, en waarin de ruimte voor nuance steeds kleiner lijkt te worden. Je bent vóór ons, en anders een vijand.

De gevolgen zijn verontrustend, omdat het de samenleving onder spanning zet. Want andersdenkenden zijn niet alleen maar mensen die er anders over denken, maar zijn gevaarlijke vijanden, onbegrijpelijk idioten, of naïeve goedgelovers. De ander wordt daarmee een vijand die verslagen moet worden, en waarvoor geen enkel begrip kan of zelfs mag bestaan. Het blijkt een verdienmodel waar vooral internet op drijft, en dat per klik van kwaad tot erger gaat, omdat daarmee de aandacht wordt getrokken. De ander wordt zo slecht mogelijk neergezet, en de ander voelt zich miskent en belaagd. En slaat op soortgelijke wijze terug. En dat zet de toon, ook in het onderlinge contact. Maatschappelijke belediging lijkt de gangbare norm geworden en verontwaardigd slachtofferschap is een geliefd fort om achter weg te duiken als er verantwoording wordt gevraagd.

Luisteren naar elkaar is dan in gevaar. Het maakt de eigen positie onaantastbaar heilig en alles wat er fout is of kan gaan wordt aan de vijandige ander wordt toegeschreven. Ruimte voor nuance is er niet en de samenleving polariseert. Zeer zorgelijk. In de Amerikaanse politiek staan de kampen steeds scherper tegenover elkaar. In Duitsland jaagt de opkomst van extreem-rechts de polarisatie aan en in Nederland is een omroep als Ongehoord Nederland middelpunt van een discussie waar deze kwestie centraal staat. Aangejaagde polarisatie drijft de samenleving uit elkaar. En drijft ons naar fascisme.

En is strijdig met het evangelie.

En dat is geen overbodige opmerking. Want de polarisatie gaat niet zelden hand in hand met godsdienst. De daders van 9/11 tooiden zich met de Islam, ne gebruikten de godsdienst om hun politieke doelen te legitimeren. In Amerika zijn het conservatieve christenen die de polarisatie bewust en planmatig orkestreren en aanjagen en ook in Nederland zoeken en vinden polariserende krachten aansluiting bij christelijke richtingen. Aantrekkelijk, want polarisatie vereist een demonische vijand en een geheiligd eigen gelijk. En wie God aan zijn zijde kan claimen, kan toch het Eigen Gelijk met hoofdletters schrijven? Want dan spreek je met een gezag dat geen gelijkwaardig weerwoord kent.

Maar een rechtstreekse ketterij is het. Want in het geloof gaat het er niet om dat wij ons tooien met het Gelijk van God, maar dat we luisteren naar de opdracht van God. En dan gaat het om het uitsluiten van anderen, maar juist om het dienen van elkaar.

Wat zich in onze tijd van leven afspeelt staat in verband met ontwikkelingen in de tijd, en heeft te maken met grote veranderingen die zich maatschappelijk en cultureel voordoen. Het verlies van identiteit speelt daarin ongetwijfeld een grote rol. De welvaart is in de wereldgeschiedenis nog nooit zo overweldigend geweest als juist nu, maar wie wij zijn, wat onze plek en betekenis is, dat is onduidelijk geworden. En het polariserende afzetten tegen een vijandige ander, geeft dán een soort van duidelijkheid. Neo-fascisme en conservatief-christendom lijken elkaar dáárin graag te vinden…

Maar ketterij is het. Want de essentie van geloof is dat we de betekenis van ons leven niet op een ander bevechten, maar van anderen moeten krijgen. En aan elkaar moeten gunnen. Ooit werd gedacht dat de rol van geloof in de moderne samenleving zou zijn uitgespeeld. Het tegenovergestelde is wellicht het geval, als we zien welke rol godsdienst in het polariserende debat speelt. Juist dan is het zaak ook de onderliggende theologie te bekijken. En daar speelt een tekst als die van vandaag dan een centrale rol: ‘Wie bent u dat u neerziet op uw broeder of zuster?’

Ook in de vroege kerk speelde er een splijtend conflict. Kort: moesten de volgelingen van Jezus de Joodse regels volgen, of mocht ieder vanuit de eigen achtergrond leerling van Christus zijn? De vraag werd toegespitst op de mannelijk besnijdenis, en op het eten van offervlees. Ook toen konden de gemoederen hoog oplopen, en ook Paulus wordt ermee geconfronteerd. En dan blijkt Paulus een religieus genie. Zelf hééft hij nadrukkelijk eigen opvattingen, maar hij wil ze niet ten koste van andersdenkenden doordrukken. Hij legt de verantwoordelijkheid bij de gelovigen zelf, en laat het oordeel aan God. En ontneemt het daarmee aan ons. Hij plaatst de onderlinge verhoudingen binnen het gezag van de liefde. En de liefde zoekt zichzelf niet, maar de ander.

Ooit is gedacht dat de rol van godsdienst uitgespeeld was. Het tegenovergestelde is het geval. Want juist de godsdienst kan zich verzetten tegen de polariserende krachten die ons uit elkaar drijven. De liefde waar Paulus het over heeft is geen zoetsappige flauwekul om bij weg te dromen, maar is de snoeiharde politieke boodschap om niet vanuit het Eigen Gelijk te denken, maar andersdenkende serieus te durven nemen. Dat betekent niet dat we het in alles maar altijd met anderen eens zouden moeten zijn, of met alle winden mee zouden moeten waaien. Maar wel dat je de ander niet categorisch wegzet, maar wil kijken naar wat er gezegd en gedacht wordt. Dan wordt de polarisering doorbroken, als je durft te kijken naar waar de ander wellicht gelijk heeft. Het vereist eveneens dat we zelf onze posities doordenken en dat we daarop aanspreekbaar zijn. Er verantwoordelijkheid voor nemen, en niet verkwanselen.

En rekenschap geven als daarom wordt gevraagd. En dus ook de rug rechthouden als het alternatief niet deugt, of een rechtstreekse ketterij is. Maar altijd in het bewustzijn dat ook de ander gelijk kan hebben en we van elkaar kunnen leren.

Het mag de vraag zijn of iedereen tot gesprek bereid is. Sommigen willen helemaal geen rekenschap geven of verantwoording afleggen. Dan zal misschien het gesprek uiteindelijk staken, mogelijk moeten we ons dan wapenen tegen de gevaren die dat met zich meebrengt. Want wel degelijk gluurt fascisme om de hoek, bij alles wat er speelt. Maar ook dan zal het van belang blijven om de belangen, angsten en zorgen van andersdenkenden serieus te nemen. Want het oordeel komt God toe, aan ons wordt navolging en dienstbaarheid gevraagd.

Amen

13 september 2026
Wouter Slob
Bartholomeuskerk
Romeinen 14: 5b-12