Witte Donderdag
Zusters en broeders,
Jezus leverde niet. Zo hard als de menigte Hem had toegejuicht, zo vlot lieten ze Hem ook weer vallen. Van Hosanna naar Kruisig Hem, binnen enkele dagen.
De verwachtingen waren hoog gespannen geweest, toen Jezus Jeruzalem binnen was gekomen. Om Pesach te vieren; het feest van de uitredding uit Egypte! Snakten de mensen niet naar een nieuwe uitredding: nu van het Romeinse juk? Snakten ze niet naar een zelfde soort wonder als destijds, daar aan de Schelfzee. Toen de legers van farao een smadelijke nederlaag hadden geleden. ‘Paarden en ruiters stortte hij in zee,’ zong Mirjam, de zus van Mozes. Wonderbaarlijk was het volk gered, bij de doortocht door de zee. Mozes had de water gescheiden en haastig had het volk zich in veiligheid kunnen brengen. Maar toen de strijdwagens van farao hen achterna kwamen, hadden de golven zich gesloten en was de vijand verslagen. Het volk gered, en de vijand dood. Net goed!
Was het te veel gevraagd, dat Jezus dat kunstje zou herhalen? Hij was toch de messias, ‘de zoon van God’ werd er gefluisterd, dan zou Hij dat toch zeker kunnen? Maar Hij leverde niet.
Politici die niet leveren, worden net zo snel als ze opkomen weer afgebrand. En Jezus óók. Bléék dan, dat Hij het niet in zich had? Dat Hij dus toch niet de beloofde bevrijder was? Dan moesten ze dus een ander verwachten, en op zoek gaan naar de volgende kandidaat die hen hun zin zou geven.
Of is Jezus er niet voor om mensen hun zin te geven, maar om de wil van God te doen. Om gerechtigheid en vrede te brengen. En is met Christus niet een nieuwe uitredding, maar een nieuw verbond gekomen?
Dikwijls lijkt de wil van God in het Oude Testament verbonden met geweld. Dikwijls gaat het om beloning en om straf en kan er flink bloed vloeien. Ook bij de uittocht uit Egypte vloeide er bloed. Het bloed van de vijanden. Net goed! Dachten mensen toen. En denken mensen nu die willen dat God hen hun zin zal geven. Die mensen gebruiken God om hun eigen plannen te steunen. Die zijn niet bezig met wat er van hen wordt gevraagd, maar spannen God voor hun karretje. En halen met graagte de God van wraak en geweld aan als ze hun arsenalen leeghalen om de vijand te lijf te gaan.
Door de eeuwen heen, is dat vaak gebeurd. We moeten toch voor het goede strijden en het kwaad bevechten? En het goede is wat wij doen, en wie wij zijn. En het kwaad is de ander, de vijand. In alle oorlogen stond God altijd aan de eigen kant, en was de vijand de boze ander. Bij de grote oorlogen uit de 20e eeuw zegenden beide kanten de wapens, bij de kruistochten was de strijdkreet: ‘God wil het!’. En daarmee werd veel afgedekt. Werd afgedekt dat de kruisridders onderweg de christelijke stad Constantinopel plunderden, werd afgedekt dat met volledige aflaat alle rooftochten werden toegestaan. Werd óók afgedekt dat de aanvoerder van de Moslims Saladin de christelijke ridders in edelmoedigheid verre overtrof. En werd afgedekt dat de kruisridders misschien wel niet ‘de goeien’ waren.
‘De goeien’ zijn ‘wij’ niet zomaar automatisch. De goeien zijn ook niet de goedzakken, die alles maar OK vinden. De goeien zijn zeker niet de mensen die rechtpraten wat krom is. De goeien willen werk maken van gerechtigheid, eerlijkheid, zachtmoedigheid en vrede. Dat is wat Jezus kwam doen, toen Hij op aarde, in de wereld, in de tijd kwam. En daarin leverde Hij wel, bij uitstek en zonder voorbehoud. Bloed zou vloeien; maar het was Zijn eigen bloed. Niet dat van de vijanden die genadeloos over de kling worden gejaagd. En daarmee is God een nieuwe weg ingeslagen, is een Nieuw Testament begonnen. Niet totaal anders dan het Oude, want Jezus staat wel degelijk in de traditie waar Hij vandaan kwam, vierde de oude feesten en leefde met de verhalen. Maar nieuw in de zin dat het radicaal afstand neemt van geweld en van het bloeddorstig eigenbelang van mensen. In de liefde van Christus gaat het principieel niet om het eigen belang van mensen, maar om dat van de ander. Om het belang van elkaar, want de liefde is een relatie, en moet wederzijds worden verstaan.
Dat belichaamde Jezus, en dat volgen wij na. Dat vieren en beleven we aan het avondmaal. Als we straks aangaan, doen we dat op uitnodiging van de Heer. We hebben ons plaatsje aan de tafel niet hoeven te bevechten, en we moeten anderen er al helemaal niet van weren. We mogen samen aan tafel komen en vormen samen het Lichaam van Christus. Dat is méér dan een vrome, maar voze uitdrukking. Het betekent dat we aan elkaar de liefde waar moeten maken en moeten belichamen. En dat betekent óók dat wíj ernst moeten maken van gerechtigheid, vrede, barmhartigheid, zachtmoedigheid. Dat we ons zelf daarop moeten toetsen, als we aangaan: komen we met rust en vrede in ons hart, of met haat en gevoelens van wraak?
Want daartussen is wel degelijk verschil. Zeker niet zijn wij geroepen om de goedzakken moeten zijn, die alles maar OK vinden. Of die de kool en de geit moeten sparen. Het betekent dat we niet recht willen praten wat krom is. In de oorlogen in het Midden Oosten zijn ‘wij’ niet ‘de goeien’. Er is meer dan genoeg aan te merken op het regiem in Iran, maar dat land is niet de agressor in het huidige conflict. Westers landen en onze bondgenoten zijn, opnieuw, een lichtzinnige oorlog begonnen. Het is niet goed wanneer onderhandelingspartners worden vermoord terwijl er nog gesproken wordt, het is niet OK wanneer burgerbevolkingen worden weggevaagd en hele landstreken plat worden gebombardeerd. Het is óók niet goed om zelf een nucleair arsenaal achter de hand te houden, als je wilt dan een ander land dat niet heeft. Als kernwapens niet mogen, doe ze dan ook zelf van de hand.
Als wij Christus willen navolgen, dan leven we van dat Nieuwe Verbond. Dan moeten we waken om vrome, maar voze praat te gebruiken en dan moeten ook wij leveren en werk maken van vrede en gerechtigheid.
Amen
Deel deze preek
Lucas 22: 14-20
Toen het tijd was, ging Hij samen met de apostelen aanliggen voor de maaltijd. Hij zei tegen hen: ‘Ik heb er hevig naar verlangd dit pesachmaal met jullie te eten voor de tijd van mijn lijden aanbreekt. Want Ik zeg jullie: Ik zal geen pesachmaal meer eten totdat het zijn vervulling heeft gekregen in het koninkrijk van God.’ Hij nam een beker, sprak het dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door. Want Ik zeg jullie: vanaf nu zal Ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok tot het koninkrijk van God gekomen is.’ En Hij nam een brood, sprak het dankgebed uit, brak het brood, deelde het uit en zei: ‘Dit is mijn lichaam, dat voor jullie gegeven wordt. Doe dit, telkens opnieuw, om Mij te gedenken.’ Zo nam Hij na de maaltijd ook de beker, en zei: ‘Deze beker, die voor jullie wordt uitgegoten, is het nieuwe verbond, dat door mijn bloed gesloten wordt.