Overweging 1 feb
Beste mensen,
De zaligsprekingen beginnen met het woord ‘gelukkig’. Laten we het daarom eerst eens hebben over geluk.
Wat is geluk? Denkt u daar wel eens over na? Als ik u nu zou vragen wat geluk is weet u dan een antwoord? Misschien wel, misschien ook niet meteen. Het is niet een vraag die we onszelf of elkaar dagelijks stellen. Misschien wel een belangrijke vraag om soms bij stil te staan.
Er zijn veel antwoorden op deze vraag mogelijk. Dat is ook persoonlijk natuurlijk. Het hangt ook af van de situatie waarin je je bevindt. Er zijn ook wel wat universele antwoorden mogelijk. Voor veel mensen hangt geluk samen met gezondheid en met goede relaties, met voldoende inkomen en met dankbaarheid, met zinvolheid ervaren.
Hoe streef je geluk na? Kan dat überhaupt of is het iets wat je toevalt als je geluk hebt? Filosofen hebben hier antwoorden op gezocht en verschillende visies op gegeven.
Goede dingen doen bijvoorbeeld, of het vermijden van pijn en het streven naar genot, of het streven naar eenvoud en geestelijke rust.
En als je geluk hebt, ben je dan ook gelukkig?
In de afgelopen tijd heb ik hierover nagedacht naar aanleiding van de zaligsprekingen die je ook gelukwensen zou kunnen noemen. Jezus wenst mensen geluk aan het begin van de Bergrede. Een bijzondere manier om een toespraak te beginnen. Wel een krachtige, nog steeds worden wij erdoor geraakt en velen van ons kennen een aantal zaligsprekingen uit het hoofd.
Op geluk hebben we maar gedeeltelijk invloed. Onze omstandigheden zijn niet altijd gemakkelijk te veranderen, onze aanleg en ons karakter ook niet, wel kunnen we kiezen hoe we omgaan met wat er is in ons leven of ons oefenen in dankbaarheid. Of openstaan om te ontvangen of te vertrouwen.
Wat maakt mensen gelukkig? Ook bij mijn werk in het verpleeghuis is dit een belangrijke vraag. Wat draagt bij aan het geluk van mensen?
Ik wil u een ervaring vertellen die ik onlangs opdeed
Twee weken geleden ging op zondagochtend om 6.00 uur de wekker. Ik ben normaal gesproken niet zo’n vroege vogel maar ik stond nu snel op. Om kwart voor 7 zat ik op de fiets naar mijn werk in het verpleeghuis. Niet dat ik daar op zo’n vroeg tijdstip mensen ging bezoeken of een viering ging houden. Nee, ik zat om half 8 aan de koffie met 3 verzorgenden van een verpleegafdeling voor mensen met dementie en liep die ochtend met hen mee. Niet eerder was ik op zo’n vroeg tijdstip in huis. Een bijzondere sfeer met de meeste bewoners nog in diepe rust. Bijzonder om mee te maken hoe de mensen die ik overdag aangekleed zag zitten of rondlopen, werden gewekt en verzorgd. In al hun kwetsbaarheid en afhankelijkheid. Nog meer als op andere momenten van de dag ervoer ik een bepaalde heiligheid van het zo dichtbij mensen mogen/kunnen komen.
Bijvoorbeeld een meneer die door zijn ziekte zich niet goed kon bewegen en niet kon spreken. Met 2 zusters tegelijk werd hij op bed verzorgd op een even liefdevolle als efficiënte manier. Ze probeerden hem aan te sporen om mee te helpen en als het lukte reageerden ze enthousiast. De meneer kon alleen maar ja zeggen en deed dat ook als antwoord op elke vraag. Ik stond erbij en hield ondertussen zijn hand vast.
De glimlachende gezichten van de verzorgenden toen het meneer lukte om te gaan staan en een paar stappen te zetten achter zijn rollator raakten me, hun betrokkenheid en liefdevolle houding deed mij goed en zeker weten ook deze meneer.
Als ik hieraan terug denk, besef ik dat zij bijdragen aan elkaars geluk. De verzorgenden aan dat van de bewoner, door hun liefdevolle manier van doen, en de bewoner door zijn vriendelijke bereidwilligheid om zoveel mogelijk te helpen en zijn openstaan om geholpen te worden.
Jezus noemt mensen gelukkig in de zaligsprekingen, juist de mensen die niet vooraan stonden bij het uitdelen van gelukkige omstandigheden.
Hij noemt degenen zonder grote invloed in het maatschappelijke leven, de mensen zonder hoge posities of financiële middelen, de mensen die geen status of macht hebben. Degenen die treuren wenst hij geluk.
Mijn vraag naar aanleiding van de zaligsprekingenis: ben je gelukkig als je zo bent of word je gelukkig als je zo leeft?
Is het een gelukwens van Jezus voor degenen die nederig van hart etc zijn of een oproep/appel om zo te worden zodat je gelukkig wordt?
Zijn de zaligsprekingen levenslessen, een opdracht waar je aan moet voldoen?
Ik kom er eerlijk gezegd niet helemaal uit. Na een tijdje hiermee gestoeid te hebben vraag ik me ook af hoe belangrijk het antwoord is. Het is allebei waar.
Deze woorden geven troost aan degenen die zich erin herkennen en ze geven richting en inspiratie aan degenen die zich aangesproken voelen.
Wij horen allemaal bij een van deze groepen. Misschien is wel het belangrijkste dat wij erkennen dat het ook over ons gaat. Niet alleen over anderen die het misschien zwaarder hebben, niet alleen over anderen die heel actief bezig zijn voor de vrede, niet alleen over anderen die treuren om verlies van dierbaren of om wat mensen elkaar aan doen, niet alleen over anderen die misschien nederiger van hart zijn dan wij. Nee: het gaat ook over ons, wij zijn allemaa; mensen die hierbij betrokken worden.
Wij maken deel uit van de schare tegen wie Jezus spreekt, wij horen erbij, met onze kracht en onze kwetsbaarheid, met onze dwaasheid en onze wijsheid, met onze pogingen om het goede te doen en ons falen.
Het gaat over ons en om ons. We worden inclusief gezien met alle deze groeperingen en tegelijk aangesproken om zo te zijn en daarmee een bijdrage te leveren aan gerechtigheid en het koninkrijk der hemelen.
Net zoals Paulus spreekt over de dwaasheid van het kruis benadrukt Jezus dat nederigheid, zachtmoedigheid, vredestichten, vechten voor gerechtigheid belangrijke voorwaarden zijn voor geluk. Niet omdat je er veel mee verdient, wel omdat je bijdraagt aan het koninkrijk van de hemel.
Het onderricht van Jezus vindt plaats op een berg (in Mattheus), de plek van Gods aanwezigheid en openbaring. Dat geeft het gewicht aan van deze woorden. Het is gericht aan de schare, dat zijn niet alleen ingewijden maar iedereen die wilde luisteren. Deze woorden/deze weg is bedoeld, staat open voor iedereen.
De eerste 8 zaligsprekingen (het zijn 2 keer 4) worden omlijst door de belofte van het koninkrijk der hemelen. Dit wordt genoemd bij de eerste
en de laatste. Een belangrijk begrip in Mattheus. Het koninkrijk der hemelen is niet hetzelfde als de hemel.
Het is een realisatie van de woorden van Jezus in het hier en nu. Daar kunnen we allemaal aan bijdragen. In die zin zijn de zaligsprekingen een levensweg, een manier van leven waartoe we worden aangespoord.
Hierin valt op dat 2 keer het woord gerechtigheid voorkomt. Ook dat is een belangrijk begrip in Mattheus, gerechtigheid waar je je voor in kunt zetten.
En dan verandert de aanspreekvorm: gelukkig zijn jullie, wij, de lezers worden direct aangesproken. Best confronterend ook: als ze je uitschelden en vervolgen omwille van mij, dan moet je je hierover verheugen want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel.
Het is een oproep, een appel. Doen wij daar iets mee? Het is nogal wat om uit te komen voor je geloof in omstandigheden waarin dat niet geaccepteerd wordt. Dat kennen we misschien niet zozeer als het gold voor de luisteraars tegen wie Jezus het heeft.
Wat betekent dit voor ons? Voor ons als luisteraars, als aangesprokenen?
Doen wij hier iets mee, voelen wij ons aangesproken en op welke manier?
Misschien willen we liever niet de treurenden zijn of de nederigen van hart. Het zijn niet degenen met de meeste status die aangesproken worden, juist degenen die geen status hebben.
Het blijft de omgekeerde wereld in het evangelie, die fascineert. En die ons altijd opnieuw tot denken en reflectie aanzet. Voordat we het weten denken we toch dat het hebben van status, geld, invloed best comfortabel is. Altijd weer opnieuw confronteren deze woorden, en die van Paulus uit 1 Korintiërs, ons ermee dat dat in het koninkrijk van God geen waarde heeft. Dat we allemaal kwetsbare mensen zijn die uitgaan van andere waarden, zoals zachtmoedigheid, barmhartigheid en nederigheid. Hoe moeilijk is het om vanuit deze waarden te leven en je niet te laten verleiden door andere.
Hoe gemakkelijk is het om hoog van de toren te blazen als je het ergens niet mee eens bent, om je mening luid te verkondigen, om mensen te veroordelen die een andere mening hebben, een andere status, andere
financiële mogelijkheden. We zijn geneigd om vanuit onze eigen bubbel te leven en daar anderen langs af te meten.
Hoeveel oefening kost het om steeds opnieuw te denken aan deze woorden van Jezus, die de wereld omkeren, die gelukkig prijzen degenen die ongelukkig lijken, die wijs achten wat anderen dwaas vinden, die eer toekennen aan degenen die klein zijn in plaats van groot.
We begonnen met de vraag naar geluk. Soms hebben we geluk. Soms brengen we geluk. Heel letterlijk. Door iemand met liefde en aandacht te verzorgen, door niet tegenover maar naast iemand te staan ook al ben je het niet met elkaar eens, door de waarden van het koninkrijk van God te verkondigen en in praktijk te brengen. Door relaties met mensen aan te gaan waarbij je wederzijds respect en vreugde ervaart.
Dat is vaak in het verpleeghuis het geval, ook in mijn werk als geestelijk verzorger. Als we een gespreksgroep hebben waarin mensen met elkaar delen wat voor hen van belang is, waar we naar elkaar luisteren, van elkaar leren en met elkaar lachen. dan dragen we bij aan het koninkrijk van de hemel, dat ons beloofd is. Dan worden we getroost en vervuld.
Als je je aangesproken voelt door deze gelukwensen/zaligsprekingen, door het geloof in de dwaasheid van het kruis, en ze oefent in de praktijk, dan draagt dat bij aan je geluk.
Dat is een grote opdracht. Dat kunnen we nooit 100% en ook niet altijd. We zijn niet volmaakt. Maar deze boodschap is wel voor ons bedoeld. Horen we het, willen we het horen? En doen we er wat mee?
Geluk is weten/geloven/ erop vertrouwen dat je het goede doet. Ten opzichte van jezelf, elkaar en God. Dat voelt goed en vervullend, op meerdere niveaus in het leven. Dat is nogal wat. De zaligsprekingen kunnen hierbij helpen. Als wij ons tenminste willen laten aanspreken.
Als wij nederig van geest willen zijn, verdriet hebben om het onrecht in de wereld, zachtmoedig en vredestichters willen zijn, hongerig en dorstig naar gerechtigheid. Dan gaat het om ons, dan mogen we geloven in de belofte van het koninkrijk der hemelen, in gerechtigheid, dan mogen we God zien, net zoals God ons ziet.
Amen