Alle preken

De vreze des Heren

‘Het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen’.

Zusters en broeders,

Als je het in beurtspraak hoort, op de manier waarop ook in de kloosters dikwijls de psalmen worden gelezen, dan valt het je misschien maar nauwelijks op. De Heer moet kennelijk worden gevreesd. Maar klinkt dat niet wat érg negatief? En doet ons dat niet denken aan de wrekende God die alles zag en ziet, zodat we aan Zijn toorn en straf niet zouden kunnen ontkomen. Is dat niet hoe er wel op de koepel van de St Jan in Den Bosch kon worden gewezen? Met het Alziend oog van God, waar je niet aan kon ontsnappen. God als Sinterklaas-met-boek-en-zak waar je bang mee werd gemaakt; vast om je in het gareel te houden?

Zou het geloof met dit soort dreiging aantrekkelijk zijn? Of worden mensen er kopschuw van? En haken ze af als ze de kans krijgen; of het (eindelijk) aandurven? Geloof dat met de knoet is ingeramd wordt er meestal niet vromer van. Maar belangrijker: laat zich niet verenigen met de liefde van Christus. Want als het om liefde gaat, dan is dreiging niet de beste aanpak.

Zullen we ‘vreze des Heren’ dan maar afschaffen? En vindt God alles wel goed? De onnozele hals die voor alles wel begrip heeft? Als straf en oordeel worden uitgewist, en liefde en vergeving boven aan het verlanglijstje staan, dan kan God toch geen kwaad? En dan kunnen we met God doen en laten wat we willen. Niet meer de dreigende Sint-met-boek-en-zak, maar de goedlachse Kerstman die Hohoho roept en een colaatje met je drinkt.

Misschien doen we er goed aan toch nog eens wat nader naar de vreze des Heren kijken. In feite gaat het hier niet om sidderende angst die je voor een nare boeman kunt hebben. Het gaat eerder om ontzag. En daar is niet zo heel veel mis mee als het om onze verhouding tot God gaat. Want zouden we geen ontzag voor God moeten hebben?

Een 19e eeuwse denker, heeft God wel omschreven als het ‘mysterium tremendum et fascinans’. Je hoeft niet veel latijn te kunnen kennen om te snappen dat het om een Mysterie gaat dat doet beven en betoverend is. Tot die omschrijving kwam deze Rudolf Otto om aan te geven dat het goddelijke ons verstand te boven gaat. En dat het daarmee een enorme aantrekking op ons uit kan oefenen, maar ook schrik aanjaagt. Want we hebben het niet in de macht. Het is overweldigend en gaat boven onze grip uit.

Dat mysterie laat zich in de Bijbel geregeld zien. Of misschien: juist niet zien. Niet over-zien of door-zien, maar een glimp kunnen we er van opvangen. Niet zelden gebeurt dat in indrukwekkende natuurverschijnselen. Als Mozes de berg op gaat verdwijnt hij in een wolk. Dáár zal hij God ontmoeten en van Hem de wet ontvangen. Een laaiend vuur ziet het achtergebleven volk, maar wat het is wordt door de wolk aan het zicht onttrokken.

Eeuwen later manifesteert God zich opnieuw op een berg. Bij de zogeheten transfiguratie op de berg; het verhaal dat voor vandaag op de leesroosters van de 40-dagentijd staat. Jezus verandert van gedaante op die wonderbaarlijke plek en nota bene Mozes en Elia verschijnen ten tonele. Ook dan overdekt een stralende wolk het tafereel, en bovendien klinkt er een stem uit de hemel: God zelf die donderend laat klinken: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vindt Ik vreugde. Luister naar Hem’. Een hevig angst overviel de leerlingen die erbij waren: de vreze des Heren. Maar eerder om ontzag dan om dreiging gaat het. De vreze des Heren is het mysterium tremendum et fascinans dat boven ons uitgaat en dat wíj niet in de greep hebben, maar dat ons kent.

En interessant detail staat er in dat verhaal van Jezus op de berg: de leerlingen willen een tent maken voor Jezus, Mozes en Elia. Vast waren ze nogal onder de indruk van het gebeuren, Mozes en Elia die de Wet en de Profeten uit de traditie vertegenwoordigen, die zomaar bij hun meester op bezoek komen! Dat willen ze wel vasthouden! Zoals wij onze smartphones zouden grijpen om het vast te leggen, zo stelt Petrus voor om tenten te bouwen. Om vast te pinnen, om in de macht te krijgen en controle te hebben. Maar ver boven hun begrip zal het uitgaan als Gods stem klinkt. Groter dan hun begrip is de macht van God.

Dáárover gaat de vreze des Heren. En dat is niet iets waar we af zouden moeten, dat is iets wat me moeten huldigen en koesteren. Want dáármee is groter dan wij, en groter dan wat wíj er van zouden willen maken. Groter dan wat schreeuwlelijkerds er van denken te kunnen maken.

‘God is trots, op wat ik het afgelopen jaar heb bereikt’, zegt één van de prominente schreeuwlelijkerds. Gespeend van ook maar de geringste bescheidenheid wordt God hier als fan van fascistisch beleid geclaimd. Niet de eerste keer dat God op deze wijze als bovennatuurlijke goedkeuring van verwerpelijke politiek wordt gebruikt. Zoals Sinterklaas-met-boek-en-zak de kindertjes angst aan moest jagen en in het gareel houden, zo wordt deze God van stal gehaald om critici de mond te snoeren en onrecht te legitimeren. Want ja, als God trots is, dan mogen wij toch geen vragen meer hebben?

Maar God laat zich niet zó toe-eigenen.

‘Koningen winnen niet door een machtig leger,

Brute kracht redt krijgsheren niet.

Van geen nut zijn paarden voor de overwinning

Hoe sterk ook, ze bieden geen uitkomst’.

 

‘Maar het oog van de Heer rust op wie Hem vrezen,

En die hopen op Zijn trouw’.

 Díe vreze des Heren gaat erom dat wíj God niet in onze zak hebben, maar dat Hij ons aanziet. En niet om ons in de gaten te houden zodat Hij ons overal op af kan rekenen, maar opdat we geen verstoppertje voor God hoeven te spelen en ons aan Hem over mogen geven. En dat is het goed dat het niet van ons eigen inzicht, van onze eigen macht of ons eigen kunnen afhangt. Want wie zou voor Gods aangezicht kunnen bestaan als hij de durf heeft in de krochten van de ziel te kijken? De genade van God gaat er niet om dat Hij de goedzak is die alles maar OK vindt, maar gaat erom dat Hij de verzoening is die ons met ons eigen geweten kan doen leven. En dat is pas echt angstaanjagend: als we al onze mislukking, onze schuld, onze tekortkomingen onder ogen zouden moeten zien. Zouden we dat niet liever wegdrukken; overschreeuwen met leugens en grootspraak? Maar zou het mysterie van de genade niet óók méést verlangd zijn: dat God niet op ons afknapt.

Aan God zal het niet liggen, de vraag is hoe wij met onszelf kunnen leven. Vertrouwen op een God die hoog boven ons uitgaat, en die wij niet doorgronden maar die ons kent. Dat mag troost geven. De vreze des Heren gaat niet om de angst afgewezen te worden, maar om het schrikbeeld onszelf ten diepste aan te zien. Maar daarbij óók om de verbijsterende boodschap dat we desondanks aanvaard zijn.

Amen

1 maart 2026
Wouter Slob
Ontmoetingskerk
Psalm 33 Mattheus 17: 1-9